![]() |
Profession Information PacketThe Netherlands |
![]() |
| WORLD | COUNTRY |
|
| Ter inleiding | ||
1. Criteria voor Professional Net Therapeuten Bijlagen: |
||
Ter inleiding |
||
Criteria voor Professional Net Therapeuten |
||
Een Professional Net Therapeut dient onder meer te voldoen aan onderstaande criteria. Toetsing van de criteria geschiedt door de Toelatingscommissie.
|
||
| To Top | ||
Door de SBF erkende opleidingsinstituten |
||
De opleidingsinstituten zijn onderverdeeld in lijsten per land en per opleidingsrichting. In zover een opleiding niet in de lijsten voorkomt kan toetsing van een instituut worden voorgesteld. Bij een aantal instituten staat geen vermelding van “medische basis”. Scholing in algemene basiskennis op relevant niveau is wel noodzakelijk om in aanmerking te komen voor het Professional Net lidmaatschap. De meeste opleidingsinstituten waarbij deze vermelding wel genoemd staat, bieden de mogelijkheid om hierin bij te scholen. Nadere informatie kunt u bij het betreffende instituut opvragen. |
||
| To Top | ||
Beroepscode |
||
Bij de SBF- Professional Net aangesloten therapeuten dienen zich te onderwerpen aan een geheel van gedragsregels, die noodzakelijk zijn voor een goede beroepsuitoefening en daardoor in het belang van de patiënt. Deze gedragsregels zijn omschreven in de beroepscode, welke u kunt vinden in bijlage 1. |
||
| To Top | ||
Beroepsprofiel Professional Net Therapeut |
||
In het Beroepsprofiel staan de functies en taken van de Therapeut duidelijk omschreven. De belangrijkste hoofdstukken uit dit Beroepsprofiel vindt u in bijlage 2. |
||
| To Top | ||
Praktijkregels |
||
| Deze vindt u in bijlage 3. Hierin staan de richtlijnen omschreven welke gelden ten aanzien van praktijkinrichting en de praktijkvoering. | ||
| To Top | ||
Klachtenregeling |
||
SBF heeft een algemene klachtenprocedure voor die landen waar deze niet expliciet zijn gerelateerd aan in het land geldende procedures. Dit geldt tevens voor de daaraan gekoppelde klachtencommissies. Nederland SBF-Professional Net heeft de intentie een overeenkomst met de NPCF (Nederlandse Patiënten Consumenten Federatie) aan te gaan over een gezamenlijke klachtenprocedure: de Klachtencommissie Alternatieve Behandelwijzen (KAB). Hier kunnen patiënten terecht met een klacht over een therapeut van een aangesloten beroepsorganisatie. De KAB neemt contact op met de betreffende therapeut om de klacht op te lossen. Ingeval van een ernstige klacht adviseert de KAB deze voor te leggen aan de tuchtrechter. |
||
| To Top | ||
Tuchtreglement |
||
Alle Professional Net leden zijn onderworpen aan het Tuchtreglement van de SBF. Elk lid krijgt tijdens de beëdiging dit reglement overhandigd. |
||
| To Top | ||
Nascholing |
||
Elk Professional Net lid is verplicht om per jaar 4 nascholingsdagen te volgen. Elk lid ontvangt een praktijklicentie, welke drie jaar geldig is. Om na drie jaar voor een vervolglicentie in aanmerking te komen moet aan alle nascholingsverplichtingen voldaan zijn. |
||
| To Top | ||
Beroepsaansprakelijkheidsverzekering |
||
De SBF-Professional Net leden zijn zelf verplicht een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten, individueel dan wel collectief. Het is belangrijk om daarbij na te gaan of de verzekering ook voorziet in advies voordat er een geschil ontstaat. |
||
| To Top | ||
Tarieven |
||
| De tarieven voor toelating en lidmaatschap zijn gekoppeld aan de SBF index van het BNP - Bruto Nationaal Product - per hoofd van de bevolking per land. Onderstaande normtarieven gelden voor 2005. Het Normtarief vermenigvuldigt met de geldende index van het land geeft het lokaal tarief. Toelatingsgeld Jaarlijkse contributie Waarborgsom Beëindiging Professional Net lidmaatschap |
||
| To Top | ||
| Bijlagen: | ||
Beroepscode voor Professional Net Therapeuten |
||
INLEIDING Het SBF-Professional Net is een profilerings- en werk- en uitwisselingsplatform voor Professional Net Therapeuten. De organisatie heeft de privaatrechtelijke of juridische vorm van een afdelingsorgaan van een stichting. Nadrukkelijk streeft zij naar een gekwalificeerde beroepsstand op een optimaal niveau, standaardisatie van (bij)scholing, praktijkinrichting, omgang met patiënten, verslaglegging en informatie uitwisseling. Buiten een goede en verplichte beroepsopleiding dienen aangesloten therapeuten zich te onderwerpen aan een geheel van gedragsregels, die noodzakelijk zijn voor een goede beroepsuitoefening en derhalve in het belang van de patiënt. Wanneer hiertoe maatschappelijk en/of medisch aanleiding bestaat, zal deze beroepscode in overeenstemming met nieuwe eisen worden aangepast. De beroepscode zal steeds verschijnen als bijlage van het Huishoudelijk Reglement van het afdelingsorgaan. Indien leden van de het orgaan - of buitenstaanders, belanghebbenden, patiënten - geconfronteerd worden met schendingen van deze beroepscode, verzoekt het management dit te melden bij het secretariaat van het orgaan, opdat het orgaan - door middel van haar tuchtcollege - corrigerend respectievelijk disciplinair kan optreden ten opzichte van de betreffende therapeut, in zoverre deze is aangesloten bij de SBF-Professional Net. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Waar in deze beroepscode wordt gesproken van SBF wordt bedoeld het afdelingsorgaan SBF-Professional Net.
Artikel 1 De therapeut neemt bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed hulpverlener in acht en handelt daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid voortvloeiende uit zijn professionele standaard. De therapeut stelt alles in het werk om een goede kwaliteit van technisch handelen te hebben en te handhaven. Hij/zij getuigt van een goede beroepsattitude en zorgt voor een goede organisatie van de beroepsuitoefening. De therapeut houdt zich aan de kwaliteitsvoorschriften van de SBF, zoals vermeld in deze beroepscode, het beroepsprofiel Professional Net Therapeut en de praktijkregels van de SBF.
Therapeuten dienen - om hun praktijk uit te oefenen - bekwaam te zijn in één of meerdere therapeutisch werkwijzen. Deze bekwaamheden en deskundigheid staan ter beoordeling van het bestuur, onverminderd de in het Huishoudelijk Reglement gestelde eisen voor toelating. De therapeut is alleen gerechtigd die therapeutische behandelingen toe te passen waartoe hij een gedegen opleiding en goede nae en bijscholing heeft gehad. Artikel 3 Als geldige diploma's, certificaten - of anderszins bewijzen van bevoegdheid - gelden documenten, verkregen aan universiteiten, hogescholen, erkende relevante gekwalificeerde onderwijsinstellingen en/of opleidingen en cursussen die door de SBF erkend zijn. Op verzoek van het management, de visitatiecommissie en patiënten geeft de therapeut inzage in zijn/haar diploma's en is bereid hiervan, indien nodig, kopieën te verstrekken. Artikel 4 De therapeut onthoudt zich van handelingen die gelegen zijn buiten het terrein van zijn eigen kennen en kunnen. De therapeut past alleen die therapieën toe, waartoe hij door zijn opleiding bevoegd en bekwaam is. De therapeut is bereid om in dit kader op verzoek van de patiënt of andere belanghebbende inzage te geven in zijn diploma's. Artikel 5 De therapeut is volledig aansprakelijk voor de wijze waarop hij/zij praktijk uitoefent. De aansprakelijkheid van de therapeut kan niet contractueel worden beperkt of uitgesloten.
De therapeut voert bij aanvang van de zorgverlening een intake- /entreegesprek. Hij/zij vraagt de patiënt naar de ziektegeschiedenis, onderzoekt de patiënt en komt na een zorgvuldig onderzoek tot een diagnose. Aan de hand hiervan stelt de therapeut een behandelplan op. In het kader van dit behandelplan geeft de therapeut aan welke therapieën er om welke redenen worden toegepast. De therapeut houdt aantekeningen bij van de behandeling en evalueert de resultaten. Op grond hiervan wordt het behandelplan, indien nodig, in overleg met de patiënt aangepast. De therapeut hanteert bij de zorgverlening de voorschriften van de SBF.
De therapeut neemt bij zijn werkzaamheden de zorg in acht die een goed hulpverlener betaamt. De therapeut behandelt de patiënt met respect, vraagt naar de anamnese, geeft informatie over de diagnose en het behandelplan, vraagt de patiënt om toestemming voor de toe te passen behandelingen, houdt een medisch dossier bij, respecteert de privacy van de patiënt en houdt zich aan de geheimhoudingsverplichting.
De therapeut gebruikt zijn kennis en vaardigheden om een patiënt gedegen te onderzoeken, diagnose te stellen, te behandelen met de therapieën waartoe hij/zij is opgeleid en tevens om ziekten en stoornissen te voorkomen. De therapeut richt zijn praktijkruimte daartoe naar behoren in en maakt alleen gebruik van kwalitatief goede materialen en apparatuur.
Om zijn functie goed te kunnen uitoefenen houdt de therapeut zijn kennis en vaardigheden op peil door bij- en nascholingsactiviteiten. De therapeut houdt zijn vakliteratuur bij en doet aan zelftoetsing. De therapeut onderwerpt zich aan intercollegiale toetsing zoals visitatie.
De therapeut dient in alle redelijkheid en openhartigheid - en nadat hiervoor een afspraak is gemaakt - de door het management van de SBF-Professional Net aangewezen visiteurs te ontvangen. Eventuele op- of aanmerkingen die de therapeut via het management bereiken naar aanleiding van visitatie, dient de therapeut ernstig ter harte te nemen.
Artikel 11 In het algemeen, zie landen paragraven – Nederland: Therapeuten mogen - tenzij gedwongen door bijzondere omstandigheden - niet overgaan tot behandeling als onderstaande omstandigheden zich voordoen:
ASPECTEN IN RELATIE TOT DE PATIËNT Artikel 12 De belangen van de patiënt staan op de eerste plaats. De therapeut dient in alle gevallen de vrije wilsbeschikking van de patiënt te respecteren, of dit nu betrekking heeft op de te volgen therapie of over de keuze van de te bezoeken therapeut. Artikel 13 Therapeuten dienen hun beroep zodanig uit te oefenen dat de naam der organisatie en die van het SBF-Professional Net te allen tijde wordt beschermd en hoog gehouden.
Artikel 14 De therapeut getuigt van bereidheid om informatie te geven en verantwoording af te leggen voor de behandeling. De therapeut bejegent de patiënt respectvol en geeft de patiënt op een duidelijke wijze en desgevraagd schriftelijke informatie over het onderzoek, de resultaten hiervan en de voorgenomen behandeling. De therapeut laat zich bij het verstrekken van informatie leiden door hetgeen de patiënt redelijkerwijze dient te weten over de behandeling, de alternatieven en de te verwachten gevolgen en eventuele risico's voor de gezondheid van de patiënt.
De therapeut mag de patiënt slechts informatie onthouden voor zover het verstrekken ervan kennelijk ernstig nadeel voor de patiënt zou opleveren. Artikel 16 Als de patiënt geen informatie over de behandeling wil ontvangen, mag de therapeut daaraan voldoen. De therapeut moet daarbij wel steeds de belangen van de patiënt blijven afwegen en de informatie toch verstrekken indien hij van mening is dat dit in het belang van de patiënt nodig is. Artikel 17 Patiënten zullen zich dikwijls tot een therapeut wenden in die gevallen waarin zij niet, of niet bevredigend, een oplossing voor hun gezondheidsproblematiek hebben gevonden in een andere gezondheidszorg. De therapeut dient, waar nodig, zoveel mogelijk aan de patiënt te verklaren, teneinde hem/haar een beter inzicht te verschaffen in diens gezondheidstoestand. Daarbij dient de therapeut ervoor te waken dat nimmer onterechte verwachtingspatronen worden gewekt.
De therapeut bespreekt vooraf aan de behandeling het behandelplan met de patiënt en verzoekt de patiënt om toestemming. Als de toestemming van vergaande aard is, kan dit schriftelijk door de therapeut worden vastgelegd en kan deze schriftelijke verklaring door de patiënt worden ondertekend. Artikel 19 Therapeuten mogen eigen onderzoek doen n.a.v. nieuwe ideeën of inzichten die zijzelf of via collegae dan wel via literatuur hebben verkregen. Dit onderzoek mogen zij doen onder de volgende voorwaarden:
De therapeut verzoekt de patiënt om inlichtingen en medewerking bij het uitvoeren van de overeenkomst. De therapeut wijst de patiënt op het belang van de informatie voor de behandeling en de plicht van de patiënt om deze informatie naar beste weten te verstrekken.
De therapeut houdt een patiëntenadministratie bij conform de praktijkregels van de SBF. Gegevens van patiënten dienen tenminste 10 jaar na het laatste bezoek bewaard te blijven. Tevens is het wenselijk de huisarts van de patiënt op de hoogte te stellen van het feit dat de patiënt therapeutische hulp heeft gezocht bij de therapeut, alsmede een summiere opsomming van de bevindingen c.q. het voorgestelde behandelplan, behoudens in die gevallen waarin de patiënt bezwaar maakt tegen een dergelijke berichtgeving.
De therapeut is vrij zijn tarieven vast te stellen. Tevens kan hij besluiten de eventueel door SBF vastgestelde richtprijzen te hanteren. Artikel 23 Tijdens het eerste consult kan de therapeut aan de patiënt een behandelingsovereenkomst ter wederzijdse ondertekening voorleggen. De overeenkomst dient dan in tweevoud te worden opgemaakt en ondertekend; deze legt rechten, plichten en verantwoordelijkheden bij de behandeling van de patiënt door de therapeut wederzijds vast. In het laatste geval dient de therapeut een exemplaar van deze overeenkomst bij zijn administratie te bewaren en het andere exemplaar aan de patiënt te overhandigen. Artikel 24 De therapeut houdt een medisch dossier bij. De therapeut geeft de patiënt op diens verzoek inzage in en afschrift van het medisch dossier. De therapeut brengt hiervoor niet meer in rekening dan de daadwerkelijke kosten. Als inzage in en afschrift van het medisch dossier niet mogelijk is in het belang van de persoonlijke levenssfeer van een ander dan de patiënt, wordt de inzage in en het afschrift van het medisch dossier niet aan de patiënt verstrekt. Artikel 25 Op verzoek van de patiënt vernietigt de therapeut binnen drie maanden na het verzoek de door hem bewaarde bescheiden. De therapeut voldoet niet aan het verzoek van de patiënt als het verzoek bescheiden betreft waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat de bewaring van belang is voor een ander dan de patiënt. De therapeut voldoet tevens niet aan het verzoek van de patiënt als er rechtsgeldige bepalingen zijn die zich tegen vernietiging verzetten. Artikel 26 De therapeut dient zorg te dragen voor een praktijkinrichting, bereikbaarheid en verzorging in overeenstemming met de daartoe strekkende voorschriften als vastgesteld door het management. De therapeut houdt zich aan de praktijkregels van de SBF.
Therapeuten zijn gebonden aan een beroepsgeheim, behalve tegenover personen die uit hoofde van hun beroep of functie eveneens geheimhouding verplicht zijn en behoudens in gevallen als bepaald ter plaatse geldende wet(ten) van (straf)recht. Zij dienen het stilzwijgen te bewaren over hetgeen hen als vertrouwenspersoon van hun patiënten en hun persoonlijke omstandigheden wordt toevertrouwd. Artikel 28 De therapeut heeft een geheimhoudingsplicht. De therapeut verstrekt geen inlichtingen over de patiënt en geeft geen andere persoon dan de patiënt inzage in het medisch dossier, tenzij de patiënt hiervoor toestemming heeft gegeven. Bij inlichtingen in verband met statistiek of wetenschap, houdt de therapeut zich aan de wettelijke regels. Artikel 29 De therapeut heeft de verantwoordelijkheid om de patiënt door te verwijzen naar andere hulpverleners, zowel in de algemene als in de alternatieve beroepssector, in het geval de therapeut de patiënt niet (verder) kan behandelen of verwijzing naar de mening van de therapeut noodzakelijk is. Artikel 30 De behandeling door de therapeut vindt plaats buiten waarneming van anderen, tenzij op verzoek van de patiënt of met de toestemming van de patiënt. Artikel 31 De therapeut zorgt voor een goede bereikbaarheid. Indien noodzakelijk zorgt de therapeut ervoor dat de patiënt tijdens zijn afwezigheid bij een collegae therapeut terecht kan.
ASPECTEN IN RELATIE TOT COLLEGAE, THERAPEUTEN EN ANDERE HULPVERLENERS Artikel 32 De therapeut dient zich te onthouden van negatieve uitspraken of kritiek betreffende collegae van het SBF Professional Net. Daarnaast past het de therapeut niet zich in negatieve of laatdunkende bewoordingen tegenover een patiënt uit te laten ten aanzien van vertegenwoordigers van de andere behandelingsmethoden. Indien echter een therapeut informatie krijgt betreffende optreden, gedragswijzen dan wel behandelvormen door een collega van het SBF Professional Net die schade zouden kunnen toebrengen aan een patiënt en/of aan de beroepsstand, dan dient de therapeut zonder aarzeling het management daarvan in kennis te stellen, tenzij de patiënt daartegen nadrukkelijk bezwaar maakt. Artikel 33 De therapeut zal streven naar het tot stand brengen en het in stand houden van een goede samenwerking met collegae therapeuten en andere beroepsbeoefenaren op het terrein van de gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening. Artikel 34 De beroepsbeoefenaar biedt collegae therapeuten alle hulp die hij/zij krachtens zijn deskundigheid en ervaring kan bieden en toont bereidheid tot samenwerking en verstrekken van wederzijdse informatie. Artikel 35 De therapeut zal bij verwijzing van de patiënt in overleg alle relevante en voor de verdere behandeling noodzakelijke informatie toezenden. Artikel 36 Deze gedragsregels zijn ook van toepassing op stagiaires en/of assistenten.
ASPECTEN IN RELATIE TOT DE SAMENLEVING
De therapeut houdt zich op de hoogte van politieke, maatschappelijke en medische wetenschappelijke ontwikkelingen die de gezondheidszorg beïnvloeden en direct en indirect betrekking hebben op de door hem toe te passen therapie. Artikel 38 De beroepsbeoefenaar heeft de plicht de volksgezondheid te bevorderen waar dit mogelijk is.
Een therapeut mag geen beschermde titels (waaronder de titel van arts) voeren, tenzij daartoe wettelijk bevoegd. De uitoefening van de praktijk dient uitsluitend onder de wettige eigen naam te geschieden. Daarnaast kan de therapeut voor de duidelijkheid in kernwoorden aangeven welke therapieën worden toegepast. Artikel 40 Het is therapeuten toegestaan zich als volgt te afficheren:
De therapeut dient zich te onthouden van het aanprijzen van zijn/haar kwaliteiten en/of therapeutische prestaties in woord of geschrift. Wel kan hij een overzicht geven van bevoegd door hem toe te passen therapieën en statistisch kwantitatieve en procentuele prestaties – mits deze worden onderbouwd uit de gevoerde administratie, die op verzoek van te inzage moet worden gegeven aan SBF of een door haar aangegeven derde. Het is toegestaan interviews te laten publiceren, mits de therapeut uitleg geeft over of bekendheid geeft aan een therapie en geen beloftes of toezeggingen doet over genezing van klachten/ziektes.
Overtreding van deze beroepscode kan onderhevig zijn aan de volgende sancties:
|
||
| To Top | ||
Algemeen beroepsprofiel |
||
1. I NLEIDING |
1. INLEIDINGHet beroep van Professional Net Therapeut geeft in het algemeen weer hoe zijn functie en taken er uit zien. Voor specifieke deelberoepen kan een afzonderlijk meer bijzonder beroepsprofiel gelden. Er is gekozen voor een brede omschrijving, waar aanhangsels aan toegevoegd kunnen worden van beschrijvingen van specifieke werkmethodieken, die grote groepen van Professional Net Therapeuten toepassen. Er wordt naar gestreefd om hiervoor een aantal specifieke werkmethodieken te beschrijven. In de beroepsprofielomschrijving van Professional Net Therapeut worden functies en taken van de Professional Net Therapeut weergegeven alsmede de filosofie en historische achtergronden van het beroep. Tevens zal de plaats van de Professional Net Therapeut binnen de hulpverlening worden beschreven. In de omschrijving is steeds de term hulpvrager gehanteerd. In de praktijk wordt hiervoor vaak de term cliënt of patiënt gebruikt. Gezien de grote diversiteit van klachten waarmee hulpvragers naar Professional Net Therapeuten komen lijkt de term hulpvrager het meest geëigend. Als in de tekst wordt gesproken van hulpverleners worden hiermee alle zorgverleners bedoeld, zoals medici, paramedici, psychosociale hulpverleners etc. In verband met de leesbaarheid van de tekst wordt steeds de mannelijke vorm gebruikt. Hiermee wordt zowel de mannelijke als de vrouwelijke vorm bedoeld.
2. FUNCTIEBESCHRIJVINGOnder de functie van Professional Net Therapeut wordt verstaan het geheel van verantwoordelijkheden en taken van de Professional Net Therapeut binnen de gezondheidszorg (taken voortvloeiende uit deze functieomschrijving worden besproken in hoofdstuk 3). De functie van Professional Net Therapeut is gericht op het verlenen van zorg aan individuen, ter bevordering of instandhouding van hun welbevinden en optimaal functioneren, zowel mentaal, emotioneel, fysiek als sociaal. Op deze wijze draagt de functie bij aan het doel van de gezondheidszorg in zijn totaliteit. Bij het functioneren van de Professional Net Therapeut ligt het accent op het verlenen van zorg.
|
Eventuele bijzondere boeroepsprofielen worden hier vermeld en gelinkt. Ze zijn nu nog niet van toepassing. |
| To Top | ||
Praktijkregels |
||
PRAKTIJKINRICHTINGSpreek-/behandelkamerDe spreek-/behandelruimte behoort ten minste 6 m2 groot te zijn of qua grootte in overeenstemming te zijn met de aard van de praktijkvoering. Er moet een goede ventilatie zijn en de ruimte moet tochtvrij zijn. Er behoort een goede verlichting te zijn: direct daglicht en de mogelijkheid om zonlicht te temperen. Er moet een goede verwarming zijn en een minimale temperatuur van 20º C. De ruimte, eventuele onderzoektafel en apparatuur, moeten volgens hygiënische maatstaven onderhouden en behandeld kunnen worden. Er dient een vloeroppervlak aanwezig te zijn, dat volgens hygiënische maatstaven behandeld, gereinigd en onderhouden kan worden. Er behoort minimaal een stoel voor de patiënt alsmede een schrijftafel aanwezig te zijn. In de ruimte, of in de onmiddellijke nabijheid, behoort een wastafel met stromend water aanwezig te zijn. De therapeut dient voor en na de behandeling zijn handen te wassen. Indien voor de behandeling een (gedeeltelijke) ontkleding noodzakelijk is, moet er een af te scheiden (afgeschermde) ruimte aanwezig zijn, waar de patiënt zich kan ontkleden en aankleden. Als een aantal patiënten tegelijk wordt behandeld, behoort dit in gescheiden ruimten te geschieden. Indien de Professional Net Therapeut gebruikt maakt van wegwerpinstrumenten dienen deze in de daarvoor bestemde naaldenbak gedeponeerd te worden. Indien hij/zij geen wegwerpinstrumenten/-gereedschappen gebruikt, moet er een sterilisator aanwezig zijn. De therapeut die zich bezighoudt met het doorboren van de huid moet over een autoclaaf beschikken, die voldoet aan de huidige normen. Wachtruimte Bij de praktijk hoort een wachtruimte te zijn voor patiënten. Indien de afspraken met voldoende tussenruimte gepland zijn en er geen wachttijden gelden, is dit niet noodzakelijk. De wachtkamer dient over voldoende zitmogelijkheden te beschikken. De scheiding tussen wachtruimte en spreekkamer moet zodanig geïsoleerd zijn dat gevoerde gesprekken tussen patiënt en therapeut niet verstaanbaar zijn in de wachtruimte. Er moet een goede verlichting, verwarming en ventilatie zijn. Garderobe/toilet In de garderobe moet voldoende bergingsmogelijkheid zijn voor natte kleding, paraplus e.d. Er dient een toilet aanwezig te zijn dat voor de patiënten makkelijk bereikbaar is. In of vlakbij het toilet dient een wastafel met stromend water beschikbaar te zijn. Algemeen In de wachtkamer moet het SBF-certificaat en een uittreksel van het tuchtreglement goed zichtbaar aanwezig te zijn. De praktijk moet in alle opzichten in goede staat van onderhoud zijn en voldoen aan alle bouw- en veiligheidsvoorschriften van de betreffende gemeente. Indien de praktijkruimte door een patiënt vanwege enige handicap niet toegankelijk is, moet de therapeut voor een behandeling elders zorgen. In de praktijk geldt het rookverbod voor openbare ruimten. De praktijk moet aan de buitenkant van het pand duidelijk herkenbaar te zijn d.m.v. het SBF-schild. PRAKTIJKVOERINGPatiëntenkaart Van iedere patiënt moet apart een patiëntenkaart aanwezig zijn waarop vermeld: De therapeut dient een behandelingsplan/overeenkomst met de patiënt af te sluiten. Dossiers De Professional Net Therapeut behoort van elke patiënt de behandelingsgegevens in een nauwkeurig dossier bij te houden in verband met waarneming en vervanging. De Professional Net Therapeut mag geen apparaten, middelen of artikelen verkopen (Wet op de Geneesmiddelenvoorziening). Bereikbaarheid De Professional Net Therapeut moet aan de patiënt goede informatie geven over de organisatie van de praktijk, zoals openingstijden, tijden van (telefonisch) spreekuur, bereikbaarheid en waarnemingsregelingen. Bij afwezigheid moet de therapeut ervoor te zorgen dat patiënten op adequate wijze contact kunnen opnemen, eventueel met een collega.
Waarneming De Professional Net Therapeut zorgt - indien mogelijk - bij langdurige onbereikbaarheid (vakanties, ziekte, studie etc.) voor een betrouwbare en deskundige waarnemer. De waarnemer dient zoveel mogelijk in de onmiddellijke nabijheid van de praktijk te praktiseren. De waarnemer moet zich houden aan voornoemde regels ten aanzien van bereikbaarheid. Bij langdurige waarneming moet de waarnemer beschikken over de patiëntenkaarten. Met de waarnemer moeten duidelijke afspraken gemaakt worden met betrekking op de tarieven.
De therapeut dient een zodanige financiële praktijkadministratie te voeren dat, onder meer tijdig rekeningen kunnen worden verstuurd, waarop naar aard en tijdstip de contacten met de patiënt zijn aangegeven. VERWIJZINGSVERANTWOORDELIJKHEID RICHTING REGULIERE BEHANDELAAR De Professional Net Therapeut moet de patiënt doorverwijzen naar hulpverleners uit de eerste lijn of andere lijnen, indien de Professional Net Therapeut naar zijn inzicht de patiënt niet kan behandelen of indien hij/zij risicodragende situaties herkent. Indien naar inzicht van de therapeut noodzakelijk, moet hij de patiënt adviseren een diagnose te laten stellen door een anders opgeleide hulpverlener. ANAMNESE EN DIAGNOSE Met betrekking tot anamnese en diagnose worden alle taken verstaan die zorgen voor de verheldering van het totaalbeeld van symptomen. Deze taken staan uitgebreid beschreven in het beroepsprofiel Professional Net Therapeut. |
||
| To Top | ||
Aanvraagformulier Professional Net lidmaatschap |
||
U kunt de procedure voor het aanvragen van het Professional Net lidmaatschap starten via aanvragen of door de onderstaande vragen te e-mailen. Na ontvangst hiervan sturen wij u de benodigde bescheiden toe. Houdt u er rekening mee dat de procedure de nodige tijd in beslag kan nemen. Naam + dhr / mw: |
||
| To Top | ||
Lijsten erkende opleidingsinstituten per land |
||
Lijsten opleidingsinstituten per land |
||
| To Top | ||
Klachtenregeling |
||
| Hoofdstuk 1 - Algemeen Hoofdstuk 2 - Vertrouwenspersonen Hoofdstuk 3 - Klachtencommissie Hoofdstuk 4 - Maatregelen Hoofdstuk 5 - Overige bepalingen Hoofdstuk 6 - Slotbepalingen |
HOODSTUK 1 - ALGEMEENPré ambuleDe meldings- en klachtenregeling inzake onzorgvuldig gedrag, maakt deel uit van het beleid van de SBF ter preventie van en omgang met gevallen van ongewenste intimiteiten, intimidatie, agressie, ontoereikende praktijkvoering, onzorgvuldige behandeling en nalatigheid. Een professioneel en adequaat zorg-, en leer- en werkklimaat is een essentiële voorwaarde voor goede zorg, het goed functioneren van bijvoorbeeld Local Net, Web Net en het op kwalitatief niveau houden Professionals Net alsmede het goed functioneren van de stichting. Onzorgvuldig gedrag schaadt het vermogen van medewerkers en zorgvragers om onbekommerd te werken, te leren en te worden verzorgd en brengt daarmee de organisatie schade toe. Het reglement legt de rechtswegen vast waarlangs gevallen van onzorgvuldig gedrag gemeld en behandeld kunnen worden. Het respecteert hierbij de belangen van alle betrokkenen op een zorgvuldige behandeling. Begripsbepalingen Artikel 1 Deze regeling heeft betrekking op al het verkeer tussen zorgvragers, medewerkers, therapeuten extern aangeslotenen en studenten. Artikel 2. Een klacht wordt zo spoedig mogelijk na het voorval waarop deze betrekking heeft, doch in ieder geval binnen een termijn van drie maanden, na inschakeling van de vertrouwenspersoon, schriftelijk ingediend bij de klachtencommissie. Als geen vertrouwenspersoon is ingeschakeld, dient de klacht binnen een termijn van drie maanden na het voorval te zijn ingediend. Artikel 3. Anonieme meldingen en klachten worden niet in behandeling genomen.
HOOFDSTUK 2 - VERTROUWENSPERSONENArtikel 4. Het bestuur van de stichting benoemt minimaal twee centrale vertrouwenspersonen (een man en een vrouw) alsmede twee per afzonderlijk land (een man en een vrouw) indien de omvang van activiteiten dat nuttig maakt. De landelijke vertrouwenspersonen worden benoemd na instemming van het betreffende Country Management verkregen te hebben. Elk lokaal instituut van de stichting kan uit haar medewerkers twee vertrouwenspersonen aanwijzen (een man en een vrouw). Deze moet kenbaar gemaakt worden en de instemming hebben van het betreffende Country Management en de stichting. Artikel 5. Taken van de vertrouwenspersonen Artikel 6. De centrale vertrouwenspersoon heeft tot taak op te treden in geval dat de vertrouwenspersonen op landelijk niveau de zorgvrager of medewerker in het eigen instituut niet voldoende kan helpen. Taken: Artikel 7. De vertrouwenspersonen dragen er zorg voor dat het vertrouwelijk karakter van de haar/hem ter beschikking gekomen informatie gewaarborgd blijft. Artikel 8. Het bestuur van de stichting en de directie locale instituten verlenen toereikend faciliteiten zodat de vertrouwenspersonen gemakkelijk toegankelijk en bereikbaar zijn. Artikel 9. De vertrouwenspersonen brengen jaarlijks aan het bestuur van de stichting een geanonimiseerd verslag uit over de verrichte werkzaamheden en op verzoek van het bestuur ook tussentijds en zaakspecifiek met naam en toenaam. Een onderdeel van het jaarlijks verslag is een overzicht van het aantal, de aard en de afhandeling van de gevallen waarin personen zich tot een vertrouwenspersoon hebben gewend, ingedeeld naar interne medewerkers, Professional Net leden en externe relaties. Dit verslag wordt voor zover van toepassing ter kennis van het betreffende Country Management gebracht. De gezamenlijke gegevens worden samengevoegd opgenomen in het jaarverslag. Artikel 10. De vertrouwenspersonen genieten dezelfde rechtsbescherming als de leden van de medezeggenschapsraden. Artikel 11. a. De landelijke vertrouwenspersonen zijn over de uitvoering van haar/zijn taken geanonimiseerd verantwoording schuldig aan het bestuur van de stichting. b. De vertrouwenspersonen zijn over de uitvoering van haar/zijn taken geanonimiseerd verantwoording schuldig aan het bestuur van de stichting en organisatie op gelijk niveau – lokale vertrouwenspersonen aan hun instituut en landelijke vertrouwenspersonen aan het Country Management. Artikel 12. Het bestuur van de stichting belegt minimaal één maal per jaar een bijeenkomst met de centrale vertrouwenspersonen ter bespreking van het jaarverslag. De centrale vertrouwenspersonen doen dit minimaal één maal per jaar met de vertrouwenspersonen op landelijk niveau. Alle vertrouwenspersonen kunnen het bestuur advies uitbrengen over het te voeren beleid inzake de preventie van onzorgvuldig gedrag.
HOOFDSTUK 3 - KLACHTENCOMMISSIEArtikel 13. a. De stichting kent een centrale klachtencommissie bestaande uit drie personen en kan tevens een klachtencommissie laten aanstellen op landelijk niveau. Deze commissie treedt op als commissie van alle betrokken personen. In eerste instantie op landelijk niveau en in beroep op centraal niveau. b. Het bestuur benoemt de voorzitter en de leden van de centrale commissie. Eén lid wordt benoemd op voordracht van de Medezeggenschapsraad indien deze van toepassing is. De landelijke commissies kan het bestuur doen laten aanstellen door de centrale commissie. Eén lid van de landelijke commissies wordt voorgedragen door het Country Management. c. De voorzitter is een jurist en komt van buiten de aangesloten instituten. d. Voorzitter en leden van de commissie worden voor maximaal drie jaar benoemd. Zij kunnen worden herbenoemd. e. Aan de commissie is een secretaris verbonden, aangewezen door het bestuur van de stichting. De secretaris is geen lid van de commissie. Artikel 14. Een klacht wordt in een gesloten enveloppe ingediend bij het bestuur van de stichting, dan wel naar het country management met de vermelding: "ter attentie van de klachtencommissie". Het bestuur van de stichting dan wel het country management zorgt voor ongeopende doorgeleiding van de klacht naar de secretaris van de centrale commissie danwel landelijke commissie. Artikel 15. Een klacht bevat: de naam van de klager de naam van de aangeklaagde een duidelijke omschrijving van het onzorgvuldige gedrag dat aanleiding voor de klacht vormt. Een afschrift van de klacht wordt door de secretaris van de commissie aan de aangeklaagde gezonden. Indien het een beroep betreft dient tevens een kopie van de uitspraak van de country management te worden toegevoegd. Artikel 16. Binnen drie weken na ontvangst van de klacht komt de commissie bijeen om de klacht te bespreken. Artikel 17. Indien de commissie de klacht ontvankelijk beschouwt, stelt ze een onderzoek in met hoor en wederhoor. Artikel 18. a. In het kader van het onderzoek hoort de commissie klager en aangeklaagde afzonderlijk. Artikel 19. Uiterlijk twee maanden na ontvangst van de klacht geeft de commissie schriftelijk haar oordeel over de klacht. Artikel 20. De klachtencommissie verklaart de klacht in haar uitspraak: Artikel 21. a. Indien de klachtencommissie de klacht niet ontvankelijk dan wel ongegrond acht, brengt zij haar uitspraak ter kennis van de klager, de aangeklaagde, het lokaal relevante instituut en het bestuur van de stichting voor wat betreft de centrale commissie en het Country Management voor wat betreft de landelijke klachtencommissie. b. Indien de centrale klachtencommissie de klacht gegrond acht, dan brengt zij haar uitspraak ter kennis van het bestuur van de stichting. De commissie vermeldt in haar uitspraak haar advies over het nemen van een maatregel waartoe de het bestuur van de academie en/of het bestuur van de stichting bevoegd is. Tevens brengt de commissie haar uitspraak ter kennis van klager en aangeklaagde. c. Indien de landelijke klachtencommissie de klacht gegrond acht, dan brengt zij haar uitspraak ter kennis van de centrale klachtencommissie. De landelijke commissie vermeldt in haar uitspraak haar advies over het nemen van een maatregel waartoe de het betreffende management van het Country Management dan wel instituut bevoegd is. Tevens brengt de commissie haar uitspraak ter kennis van klager en aangeklaagde. d. Zowel de centrale als de lokale klachtencommissie kan informatie inwinnen over de opvolging van het advies. Artikel 22. a. Op centraal niveau wordt het besluit van het bestuur van de stichting over de te nemen maatregelen schriftelijk ter kennis gebracht van de centrale klachtencommissie, de klager en de aangeklaagde. Indien het bestuur van de stichting niet besluit tot de maatregel die de commissie adviseerde, dan motiveert zij dit besluit. Zo mogelijk overlegt het bestuur van de stichting terzake met de betrokkenen. b. Op landelijke niveau wordt het besluit van het Country Management over de te nemen maatregelen schriftelijk ter kennis gebracht van de landelijke klachtencommissie, de klager en de aangeklaagde. Indien het bestuur van de stichting niet besluit tot de maatregel die de commissie adviseerde, dan motiveert zij dit besluit. Zo mogelijk overlegt het Country Management terzake met de betrokkenen. Artikel 23. De klachtencommissie houdt een registratie bij van klachten en de behandeling ervan ten behoeve van het archief van de klachtencommissie. Alle gegevens inzake een klacht worden na tien jaar vernietigd tenzij er sprake is van ernstig misdrijf. Artikel 24. De klachtencommissie houdt tevens een anonieme registratie bij van de aard en de omvang van de door de klachtencommissie behandelde klachten, die wordt opgenomen in het jaarverslag van de klachtencommissie ten behoeve van het bestuur van de stichting.
HOOFSTUK 4 - MAATREGELENArtikel 25. De stichting kan met betrekking tot betrekkene tot één of meerdere van de volgende maatregelen besluiten: a. waarschuwing Artikel 26. Het bestuur dan wel country management kan met betrekking tot medewerkers tot één of meerdere van de volgende maatregelen besluiten: a. waarschuwing Artikel 27. Het bestuur van de stichting kan met betrekking tot het country management en het country management met betrekking tot het lokale instituut tot één of meerdere van de volgende maatregelen besluiten: a. waarschuwing Artikel 28. Het bestuur van de stichting dan wel het country management neemt binnen een maand na ontvangst van de uitspraak van de klachtencommissie een besluit. Het brengt zijn besluit ter kennis van de betreffende klachtencommissie, de klager, de aangeklaagde en de vertrouwenspersoon. Klager of aangeklaagde kan tegen het besluit in beroep gaan bij de burgerlijke rechter of de centrale klachtencommissie. Het laatste is alleen mogelijk als de uitspraak werd gedaan door het country management.
HOOFDSTUK 5 - OVERIGE BEPALINGENArtikel 29. Het bestuur van de stichting stelt jaarlijks met behulp van of door toedoen van de centrale klachtencommissie een verslag op van beleid en verrichtingen inzake voorkomen en behandelen van onzorgvuldig gedrag. Het bevat in ieder geval het verslag van de centrale klachtencommissie als bedoeld in Artikel 9. Het verslag van het bestuur wordt ter kennis gebracht van het country management, eventuele medezeggenschapsraden en leden van organen van de stichitng. Artikel 30. Een ieder die ingevolge deze regeling op de hoogte is gebracht van feiten dan wel in het bezit is gekomen van schriftelijke stukken met betrekking tot een melding of klacht inzake onzorgvuldig gedrag is verplicht tot geheimhouding van deze feiten tegenover derden en draagt er zorg voor dat bedoelde stukken niet onder ogen van derden komen. Artikel 31. Het bestuur van de stichting en het country management dragen zorg voor een voldoende bekendmaking van deze regeling bij de betrokken medewerkers en zorgvragers. Artikel 32. Deze regeling kan worden aangehaald als 'regeling onzorgvuldig gedrag'. Deze regeling wordt vastgesteld door het bestuur van de stichting.
HOOFDSTUK 6 - SLOTBEPALINGENLeden van de organen en medewerkers van de stichting onderschrijven deze klachtenregeling en verklaren deze bindend. |
Lijsten erkende klachtenregelingen per land |
| To Top | ||